bespreking werk

Op het eerste gezicht lijkt Rik Vandewege zijn eigen identiteit niet makkelijk prijs te geven
In het scala van de beeldende kunsten trekt hij immers de meest uiteenlopende registers open.
Ruimtelijke sculpturen, die morfologisch zeer gediversifieerd zijn, archa´sche potten, met een onvervalste authenticiteit en ogenschijnlijk lyrisch abstracte schilderijen Een caleidoscopisch en polyfoon oeuvre, dat vaak aan een doorzichtige, verbale duiding ontsnapt.
De drie kunsttakken, die Vandewege beoefent lijken totaal onafhankelijk van elkaar te evolueren, en toch bezitten ze een gemeenschappelijke dimensie.
Het werk van Rik Vandewege rijpt, heeft een voorgeschiedenis, een filosofische inkleding, die zich nooit opdringt, maar steeds in zijn werken verscholen ligt.
Rik Vandewege is vooral geboeid door de manier waarop mensen tekens, ideografische symbolen en codes ontwikkelen om emoties, gedachten en taal over te brengen. Zijn kunst heeft dus met communicatie te maken. En waar communicatie plaatsvindt, moet er een code zijn. Tekensystemen zijn altijd cultuur- en persoonsgebonden, of het nu gaat om spijkerschrift, brailleschrift of andere pictogrammen. Onbewust leeft Rik Vandewege in de ban van de semiotiek, de formulering van gedachten in beelden, de abstracte tekenstelsels van de Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure of Umberto Eco. Nochtans is Vandewege niet enkel ge´nteresseerd in schrifttekens als betekenisdragers, in bestaande taaltekens, maar ook en vooral in grafismen omwille van hun lineaire kwaliteiten.
De bestaande taaltekens zijn immers slechts een aanzet tot de ontluiking van een eigen schriftuur, die ontstaat uit de chaos van een krabbel, gekras of een spontaan mimetisme van de natuur. Binnen de semiotische benadering in zijn werk verschijnen ook regelmatig partituren, wat zijn liefde voor muziek verraadt.
Muziek is misschien de meest ontroerende en vervoerende kunstdiscipline, maar tegelijk ook de meest abstracte , wiskundige en ijle kunsttak. In zijn boek 'Vom Musikalisch- Sch÷nen' (1854) stelt de Weense musicoloog Edward Hanslick dat muziek een geheel eigen taal bezit, die op niets anders berust dan op haar eigen middelen zoals ritme, melodie, harmonie enz..
Muziek is de absolute, zuivere kunst, eigenlijk de meest 'gegenstandloze'(objectloze) onder de kunsten.
Wanneer Rik Vandewege notenbalken in zijn schilderijen integreert, is hij wellicht ook Wassily Kandinsky indachtig. In zijn essay ' Uber das Geistige in der Kunst'(1910) stelt Kandinsky dat zoals een melodie in de muziek, ook de vorm en de kleur de mens moet ontroeren. Voor hem moest een schilderij in zekere zin een abstracte constructie zijn, waarin kleur en vorm de toeschouwer ontroeren, zoals de klank in de muziek. Naar analogie met titels zoals 'improvisatie' bij Kandinsky, duiken bij Rik Vandewege dus allesbehalve toevallig benamingen zoals ' composities' of partituur'



terug