Keramiek


Na een adempauze van 1989 tot 1991 neemt Rik Vandewege zijn aangeboren passie voor de keramiek terug op. Het is opvallend hoe de grondtrekken van zijn globale plastische visie precies in de keramiek manifest aan de oppervlakte komen. Zijn oog voor negatieve modelvormen ( de gipsen moules) en het vastleggen van een grafische schriftuur in het kleioppervlak keren constant terug. Net zoals in zijn ruimtelijk werk, blijft Vandewege ook hier trouw aan het credo " vormelijke eenvoud, maar complexe uitwerking".
In de jaren 80 opteert hij nog voor een expliciet sculpturale benadering, waarbij de 'composities' opgebouwd werden met kleiplaten, die niet naadloos aansluiten.
Na 1992 krijgt het belang van de zuivere pot als ' kunstobject of voorwerp' opnieuw de bovenhand. Zijn potten zijn niet gedraaid, maar opgebouwd met bekraste kleiplaten(platentechniek).
Rik Vandewege rolt en kneedt kleiplaten, die versneden en tot een groter geheel samengesteld worden. Uit die kleibewerking ontstaat spontaan een grafische schriftuur maar op de kleiplakken brengt hij ook nieuwe schrifturen aan. Vervolgens komt hij via een negatief model in gips tot een positief model in klei. In de gipsen mal drukt hij de bekraste vellen klei aan. Rik Vandewege distantieert zich van de functionele keramiek door de gaten en versnijdingen in de kleiplaten expliciet te laten bestaan.
De baktechniek in een dubbelwandige gasoven staat in het teken van de kleibewerking zelf. In zijn oven plaatste Vandewege een moffel, een vuurvaste bak, gebruikt om te verhitten zonder dat de vlammen of de ovengassen met het product in aanraking komen. Op die manier kan hij een primitieve lage-stooktechniek op hoge temperatuur ( 1200 ) uitvoeren.. In de moffel wordt de potterie met gekleurd slib gestapeld en in hooi verpakt.
Door het reducerend bakken in een zuurstofarme atmosfeer verschijnt op het ruwe oppervlak een betoverend spectrum van subtiele aardkleuren en schakeringen, gaande van bruine tot lichtgrijze en donkere, zwarte tonen. Op de wanden ontdekt men nog de vage sporen van muziekschrifturen- of partituren.
Ook als keramist hecht Rik Vandewege het grootste belang aan de enscenering en de harmonische opstelling. Bewust noemt hij zijn ensembles potten ' stillevens'.
En inderdaad, in een ascetische of etherische omgeving sporen zijn creaties aan tot meditatie of contemplatie. Zijn archetypes, zijn oervormen stralen oorspronkelijkheid uit en reflecteren een trend naar ascese . In wezen bezitten zij een etnische of primitieve dimensie, die de waarachtigheid van archeologische relicten benadert.




stilleven 2002, hoogte 48-50 cm




stilleven 2002, hoogte 35-38 cm


stilleven 2002, hoogte 27-30 cm




stilleven 2002, hoogte 16-22 cm



stilleven 2002, hoogte 52-53 cm




stilleven 2002, hoogte 39-41 cm



terug