sculpturen

Bij het aanschouwen van zijn sculpturen wordt het duidelijk dat Rik Vandewege alles wat met de traditionele beeldhouwkunst te maken heeft, begrippen zoals 'massa' of 'volume' achter zich laat.
Rik Vandewege wil geen vormen kappen, blootleggen of ontmantelen uit de materie maar ondoorgrondelijke modellen of paradigma's construeren.
Hij wil zich radicaal ontworstelen van de anekdotiek en de retoriek in de metaforen van de traditionele beeldhouwkunst. In eerste instantie is zijn ruimtelijk werk een vormelijk spel, een analyse en compositie van abstracte vormen, die zich verzetten tegen de vanzelfsprekendheid van onze alledaagse herkenningspatronen.
De vroegste beeldhouwkunst van Rik Vandewege is gegroeid uit een dialoog met de keramiek. Hij debuteert immers met keramische sculpturen. Op het einde van de jaren 80, in het begin van de jaren 90, is Vandewege bijna uitsluitend met sterk lineaire metaalsculpturen in zink of messing bezig. Zo is de 2,5 meter hoge , metalen sculptuur ' partituur' uit 1987 een ruimtelijke vertaling van een notenbalk. Een kruisvorm, een universeel logo in zink (1990) wisselt af met tekens in zink of messing, die veerkrachtig en verstelbaar zijn.
Vanuit zijn verbondenheid met de natuur en geÔnspireerd door nieuwe, vormelijke mogelijkheden kiest Rik Vandewege vanaf 1998 resoluut voor het warme, zachte hout.
Toch blijft Rik Vandewege zweren bij een soort objectkunst, waarbij de materialen ontdaan worden van hun oorspronkelijke functie. In wezen blijft hij een formalist of structuralist, die door het toe-eigenen van bepaalde materialen en eenvoudige vormen eigengereide beelden schept.
Eigenlijk past Rik Vandewege in de recente tendens naar lichte ' open- vormsculpturen', abstracte composities, die een strijd tegen de stereotypie aangaan. Uit zijn belangstelling voor taaltekens ontstond het werken met modellen, negatieve modelvormen of sjablonen, die hij uit de meubelindustrie recupereert.
Prefabmaterialen en halffabrikaten uit de houtindustrie licht hij uit hun industriŽle context en transformeert ze tot volstrekt autonome sculpturen . Zo ontmantelt hij een lampenkap van de Barcelonese designer Josť Antonio Coderch, verscheurt en herlijmt ze tot een broze cirkelvorm. De gave, vederlichte vorm is suggestief, lijkt een blow-up van een schaafkrul appelleert aan de monumentale, stalen spiralen of veren van de Fransman Bernar Venet, maar bekoort vooral door de fragiele, precaire vorm, die een zwijgzame poŽtische uitstraling bezit. Met fineerhout creŽert hij tevens grote, circulaire wielen , een archetypische oervorm, die als dragend element wel vaker in zijn werk en dat van andere kunstenaars zoals Delaunay, Kenneth Noland of Vasarely voorkomen.
Hier ontdekt men opnieuw Vandewege's passie voor ideogrammen of tekens; De cirkel, door Pythagoras en Plato als de mooiste van alle vormen bestempeld, suggereert dynamiek en constante motoriek, het cyclische verloop van de tijd, de oneindigheid , het kringloop van de hemellichamen of het perpetuum mobile.
Wellicht is Rik Vandewege vooral aangegrepen door de zinnelijke kwaliteiten van de vorm, veeleer door zijn eenvoud, zuiverheid en de volmaaktheid, dan door de mystieke of metafysische dimensie van de cirkel zoals in het oude Egypte en de Maya's( de zon) of het rad zoals het Boeddhistisch levenswiel. Rik Vandewege componeert elastische , onomschreven werken , die veren, buigen en plooien en die door hun kwetsbaar materiaal soms raakpunten krijgen met de arte povera. Daar houdt de affiniteit echter ook op. Het vergankelijke aspect van de arte povera is afwezig. Of hij nu houten cilindervormen of sjabloonvormen in buigmultiplex aan elkaar schroeft of lijmt, steeds opnieuw is die basisgedachte van een open constructie, waarin de positieve en negatieve ruimte gemarkeerd is, onderhuids aanwezig.
Voor Rik Vandewege ligt de essentie in het blootleggen van de structuur, in het aftasten van een ruimtelijke ordening als een spatiale, driedimensionale zoektocht, die in het verlengde ligt van zijn docentschap ' ruimtelijke beeldvorming' aan het Sint- Lucasinstituut te Gent.
Rik Vandewege maakt gave, pure en oorspronkelijke vormen, die in wezen complex opgebouwd zijn. Een plat gelegde pyloon, eigenlijk vertrokken vanuit een kegel, toont het experimenteel karakter van zijn werk, waarbij het accent ligt op een onderzoek naar de complexe structuren. Methodisch zit hij hier op de golflengte van de Japanner Tadashi Kawamata(1947); die echter intellectueler werkt met het deconstructivisme, waarbij verbrokkeling en fragmentering in segmenten zo belangrijk is.
Rik Vandewege wordt dus eerst overvallen door de complexiteit van een vorm, om pas dan geleidelijk de harmonie te ontdekken. Ongetwijfeld kan Rik Vandewege zich vinden in het statement van de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi, toen hij zei: "In de eenvoudigste vorm ligt precies de grootste veelzijdigheid en complexiteit". Het is evident dat Vandewege bij het creŽren evenzeer denkt aan de vorm die er niet is, de afwezige of negatieve vorm. Soms laat zijn werk de indruk van een work in progress na. Met de latten van lattenbodems in beukenhout kleeft of vijst hij een compositie aaneen waarbij de spankracht en het functionele van het materiaal verdwenen is. Hij metamorfoseert ze tot een schikking met een enigmatische dimensie. Door het gebruiksmateriaal te bevrijden van hun utilitaire zin raakt hij de kern van kunst of zoals Oscar Wilde het ooit formuleerde " Alle kunst is volmaakt nutteloos". Soms liggen de latten er verstrooid, als een suggestieve constructie van de chaos, het toeval of de wanorde, met andere woorden de willekeur heerst er in volle vrijheid.
Dit beantwoordt aan de complexiteit en fragmentatie van de realiteit. Met resthout van meubels en deuren hangt hij een reliŽf op of met oude rolluiken en andere materialen maakt hij ondefinieerbare organische vormen , die onze consistente voorstellingswijze, de voorspelbaarheid voortdurend uitdaagt.
Rik Vandewege put ook zijn materiaal uit de natuur of wat door de natuur gemerkt is. Met bamboestokken als bekleding laat hij abstracte zonderlinge vormen met een organisch, abstract profiel geboren worden.


Bij momenten appeleren de objecten met een curvilineair karakter aan de organische ' metaforen'van Richard Deacon . Rik Vandewege voelt zich wel enigszins geestesverwant met de 'New British Sculpture' beweging, die in het begin van de jaren 80 sculpturale aspecten zoals het toepassen van negatieve vormmodellen, de recyclage van industriŽle materialen en het stapelen opnieuw in de belangstelling bracht. Ook bij Vandewege speelt de stapeling, in casu met paletten een belangrijke rol.
Een geometrische constructie met paletten, sterk geÔntegreerd in de omgevende ruimte, illustreert het bijzonder belang dat hij aan de opstelling en integratie hecht. Opnieuw is het omhulsel, de negatieve vorm essentieel. Deze skeletachtige constructie heeft een strak lineairisme, dat zowel door de ruimte erin als eromheen wordt bepaald.
Daarbij is het element 'compositie' een sleutelbegrip: een regelmatige rangschikking en ordening met betrekking tot de positie en verhouding van de delen. Rik Vandewege laat zich geenszins identificeren met de minimal art. Daarvoor is die stroming te onpersoonlijk, te clean en te mechanisch opgevat. Anderzijds was het de minimal art die een lans brak voor de ruimtelijke vorm in zijn puurste gedaante: als naakte vormstructuur, waar positieve , materiŽle delen en negatieve, lege delen evenwaardig zijn. Zo ontdeed Sol Le Witt zijn werk van vrijwel alle ongewenste massa, zodat er slechts een soort ' karkassen' overbleven. De verleiding om een kunstenaar kunsthistorisch in te kapselen of in te kleden is niet gering, maar in het geval van Rik Vandewege ziet men dan wel de subtiele poŽzie in zijn creaties over het hoofd. Wel vaart Vandewege in de brede bedding, of althans in het gedachtegoed van het abstract constructivisme, Bauhaus enzÖ Dit betekent niet dat hij zich laaft aan de bron van het Bauhaus. Zijn stijl is immers niet uit het wiskundig denken, maar uit de schriftuur en de natuur ontstaan. Evenmin voelt hij zich schatplichtig aan het Russisch constructivisme. De herleiding tot meetkundige vormen lijkt hem een te simplistische benadering van zijn visie op kunst. Hoogstens ziet hij bepaalde affiniteiten met wat de 2O eeuw in deze context voortbracht.





geheimen, 2000 cederhout, 400 x 400 x 100 cm





zonder titel, 1999, eik, 180 x 44 x 48 cm





zonder titel, 1999, fineerhout, 35 x 35 x 44,5 cm




zonder titel, 1999, kastanjehout, 182 x 80 x 80 cm





kompositie, 1999, staal, 97 x 318 x 120 cm





zonder titel, 1999, hout, 77 x 259 x 77cm





zonder titel, 1999, hout, 3delig a.92 x 133 x 95, 5cm -b. 96, 5 x 94,5 x 91cm -c.96,5 x 100 x 46 cm





zonder titel , 1999, hout,36 x 98, 5 x 43 cm





zonder titel, 2002, hout 600 x 600 x 120 cm




terug